test banner

Al Capone, het leven van een grote maffiabaas

  • Geplaatst op
Al Capone, het leven van een grote maffiabaas

Al Capone was één van de grootste maffiabazen van de twintigste eeuw. In de jaren 20 en 30 was hij leider van verschillende bendes, verdiende zijn centen met illegale alcoholhandel, prostitutie en drugshandel. Zijn leven kwam in 1947 triest ten einde. Wil je weten hoe? Lees dan deze blog over het leven van drugsbaron Al Capone.

De naam zegt ons allemaal wel wat: Al Capone. Maar wie was die beruchte gangster eigenlijk en waar is hij bekend om geworden? Wij doken in de geschiedenis van deze maffiabaas en wat bleek: leidde een onstuimig leven in de jaren 1920-1930 met veel drank, drugs en prostitutie.

Er was eens…

Op 17 januari 1899 werd Alphonse (Al) Gabriel Capone geboren in de wijk Brooklyn in New York. Zijn ouders kwamen vier jaar eerder uit Italië en emigreerden naar Amerika in de hoop op werk. Beiden hadden een goede baan in Italië. Zijn vader was kapper en zijn moeder naaister. Naast Alphonse hadden zij nog acht kinderen: zes zonen en twee dochters.

 

Al Capone was net twintig jaar toen de toenmalige president van Amerika de periode van drooglegging afkondigde. Er mocht geen alcohol meer geproduceerd en verkocht worden. In die periode kwam Al Capone mede door zijn slechte scholing op een gewelddadig katholiek instituut met de onderwereld in aanraking. Op 14-jarige leeftijd werd hij van school gestuurd omdat hij een docent zou hebben geslagen. Dat was de laatste keer dat hij een school van binnen zag. Hij keerde niet terug.

Johnny Torrio

Vanaf die tijd ging het bergafwaarts met de jonge Capone. Hij ontmoette gangster Johnny Torrio die Capone introduceerde in de onderwereld. Hij leerde hem de kneepjes van het boevenvak. Hij bemoeide zich met illegale alcoholhandel en het organiseren van prostitutie. Capone werd lid van Torrio’s bende James Street Boys en kreeg de bijnaam Scarface vanwege een litteken op zijn linkerwang die hij opliep in een bordeel. Later voegde Capone zich bij de bende The Brooklyn Rippers en de Forthy Thieves Junior.

Liever een bodyguard, dan een wapen

Rond 1920 raakte Capone betrokken in de bordeelindustrie. Zijn maat Torrio was inmiddels verhuisd naar Chicago en Capone volgde hem. In 1922 werd Capone officieel de rechterhand van Torrio, die in 1925 met pensioen ging. Al Capone nam zijn taken over en werd baas over een gigantische bordeelmarkt. Ondanks dat Capone zich begaf in de maffiawereld droeg hij nooit een wapen. Hij wilde laten zien dat hij onsterfelijk was. Wel had hij permanent twee bodyguards bij zich. Dat zijn werk niet geheel ongevaarlijk was bleek aan het feit dat hij zelf zijn auto bestuurde maar aan beide zijden naast zich twee bodyguards had rijden.

Het Valentijnsdagbloedbad

Capone bood zijn klanten graag waar voor hun geld, dus testte hij zijn prostituees stuk voor stuk. Helaas hield hij hier een nare geslachtsziekte aan over. In die tijd was er nog maar weinig aan te doen. Ondertussen perste Capone de ene gangster na de andere gangster af en waande zich redelijk onaantastbaar vanwege zijn vermogen. Hij dacht met geld iedereen te kunnen omkopen.

Hij intimideerde getuigen en kocht rechtszaken af. Hij organiseerde de zogenaamde Valentijnsdagbloedbad in 1929. Zeven kopstukken uit de onderwereld werden afgemaakt en ondertussen zat Capone in zijn huis in Florida. Zo had hij een mooi alibi. Om zijn daden te verdoezelen deed Capone aan liefdadigheid. Hij was een geliefd man bij de ‘gewone’ burger. Ondanks dat stond Capone’s naam inmiddels bovenaan de lijst van andere gangsters en bendes.

Belastingfraude

Zijn gepantserde auto heeft menigmaal zijn leven gered, maar vanaf 1929 ging het bergafwaarts met de gangster. De Amerikaanse overheid was hem zat. Zij startte een onderzoek naar Capone’s belastingfraude. In 1931 diende de rechtzaak. Zoals Capone vaker deed, probeerde hij ook in deze zaak de rechters om te kopen. Dit mislukte en in 1932 werd Capone naar de gevangenis in Atlanta gestuurd. Capone was niet te stoppen en vanuit de gevangenis was hij nog steeds actief in de onderwereld. Om hem helemaal uit te schakelen, werd hij naar het beruchte gevangenis Alcatraz gestuurd. Ook hier probeerde hij bewakers om te kopen. Dit resulteerde in de isoleercel.

Syfilis en dementie

Met zijn gezondheid was het inmiddels ook niet best gesteld. De geslachtsziekte syfilis die hij had opgelopen eiste zijn tol. Het tastte zijn hersenen aan en hij begon te dementeren. Inmiddels had hij geen banden meer met de maffia en werd hij in de gevangenis mishandeld door medegedetineerden. In 1939 werd hij vrijgelaten, vertrok naar zijn huis in Baltimore en stierf uiteindelijk eenzaam en gebroken op 21 januari 1947 aan een beroerte en een hartstilstand.